'Ambacht': verdubbelde woordwaarde
2402.11
Het woord ‘ambacht’ is bezig aan een opmars in ons taalgebruik. Het wordt in toenemende mate gebruikt om uitdrukking te geven aan professionaliteit, deskundigheid en kwaliteit. In gunstige zin dus: waarderend en bewonderend. Het begrip ambacht krijgt zo een steeds positievere lading: als iets ambachtelijk is, dan is het goed.
Het begrip ambacht stijgt daarmee uit boven de concrete ambachtelijke beroepen, zoals timmerman, goudsmid of kapper. Maar met behoud van die associatie, sterker nog, de waardering voor de ambachten zelf groeit ook. Anders gezegd: de groeiende gevoelswaarde van het woord ambacht weerspiegelt de maatschappelijke (op)waardering voor en van ambachtelijk gerelateerde beroepen.
Dit proces is deels een inhaalslag voor de jaren waarin ambachten niet zo meetelden. Goed, je had ze nodig, maar verder geen gladiolen en feestgedruis. Het waren geen populaire beroepsrichtingen, mensen lieten hun kinderen liever doorleren voor een toekomst met ‘echte’ perspectieven. Zonder vuile handen, zonder zwetende oksels.
Maar het tij keert. Zeker nu het doordringt dat we straks - wat heet, nu al - grote tekorten hebben aan ambachtelijke vakmensen. Best lastig, want die beroepen zijn onmisbaar. Dat werd lange tijd niet als zodanig onderkend, mede ook door de bescheiden en vaak introverte mentaliteit van ‘de ambachtsmannen – en vrouwen’ zelf. Men was al gelukkig met het dagelijks werk, had niet meer waardering nodig dan tevredenheid van de klant.
Maar ook dat verandert snel. Daarbij zijn ambachtelijke vakken verder ontwikkeld, met een steeds hoger niveau qua vaardigheid, techniek en toepassing. Inclusief betere opleidingen en hogere kwaliteitseisen, ook van binnenuit: een interne herwaardering en zelfbewustwording.
In lijn daarmee presenteert de ambachtelijke sector zich tegenwoordig als de ambachtseconomie, een sector die er toe doet: met bijna een miljoen mensen, tegen de 300,000 bedrijfjes en 120 miljard omzet per jaar. In hoeverre de promotie rond de Week van het Ambacht en de Week zelf, daaraan bijdragen is een interessante vraag. Vast staat dat ook deze Week steeds meer aandacht trekt.
De processen van her- en opwaardering rond het ambacht dragen bij aan de steeds positievere lading van het woord. Dat heeft zijn weerslag in de media.
Zoals muziekjournalisten die na het muziekfestival Noorderslag lovend spreken over de grote ambachtelijkheid van de muzikanten. Of minister Opstelten die bij Pauw en Witteman aan tafel benadrukt dat de kwaliteit van het politiekorps ambachtelijk vakwerk is. Of de schrijver van een opiniestuk in NRC Handelsblad over de rol van de burgers in deze turbulente tijden, waarin hij stelt dat burgerschap een ambacht is! En zo zijn er steeds meer voorbeelden te turven.
Het is een kwestie van tijd, voor we ook de volgende uitdrukking kunnen noteren.
‘Of het goed is? Man, het is helemaal Ambacht!’
Een mooi voorbeeld van verdubbelde woordwaarde.
18.03.11 wat een mooi pleidooi voor ambachtelijk werk! Ikzelf beheers het ambacht van barbier maar dan op authentieke wijze zoals dat vroeger gewoon was; scheren met het mes! Ik kom de week van de ambachten graag opluisteren met mijn mobiele scheersalon anno 1920 waar nostalgie eigenlijk een vies woord is omdat mijn ambacht nooit echt verdwenen is! Kijk op mijn website JanActs.nl of kom eens langs in de stationskapsalon op de Maliebaan (iedere tweede weekend van de maand). Ambachtelijke groet, Jan Heideman, Barbier van de maliebaan (google hem maar eens uit, er is een alleraardigst filmpje van op youtube).
Tweet Uw reactie